Interview Marc Pil

In de Reinwardt Community gaan we dit jaar een interviewreeks opzetten met onze docenten. Wie zijn ze en wat beweegt ze? Nu het woord aan: Marc Pil.

In de Reinwardt Community gaan we dit jaar een interviewreeks opzetten met onze docenten. Wie zijn ze en wat beweegt ze? Nu het woord aan: Marc Pil. Marc is nu bezig aan zijn derde jaar op de Reinwardt Academie en is allereerst docent management in zowel de bachelor als de master. Hij geeft in jaar 1 en 2 Erfgoed en Recht en in het derde jaar houdt hij zich bezig met het thema ondernemerschap waarin de studenten een business case moeten maken. Bij de vierdejaars begeleidt hij afstudeerders en afstudeerstages, en bij de master houdt hij zich onder andere bezig met business modelling, museum management en projectmanagement. Marc is ook lid van de faculteitsraad.

Hoe bent u hier terechtgekomen?
Ik heb gesolliciteerd. Vier jaar geleden had ik eigenlijk zelf zin om weer een opleiding te doen, ik was toen al een paar jaar in de praktijk bezig geweest en ik had zin om een opleiding te doen of een boek te schrijven of onderzoek te gaan doen en toen zag ik deze vacature voorbij komen. Toen dacht ik: dat is eigenlijk een veel beter idee, dan moet je ook zelf weer aan de bak, je verhouden tot de theorie en gaan nadenken waar het vak nou eigenlijk over gaat. Ik had ook zin om met studenten te gaan werken, dat leek mij heel erg leuk en ik ben er nog steeds heel blij mee dat ik dit ben gaan doen. Ik heb uiteindelijk gesolliciteerd op de vacature voor docent management.

Wat vindt u het leukst aan uw baan hier?
Het werken met studenten, daar word ik gewoon erg vrolijk van. De studenten kunnen hele scherpe vragen stellen en er zit een enorm enthousiasme en zin om de wereld te verbeteren en dat vind ik erg inspirerend, krijg ik zelf ook veel energie van.

Wat heeft u gestudeerd?
Ik ben bedrijfskundige, ik heb technische bedrijfskunde gestudeerd aan de Universiteit Twente en ik heb me gespecialiseerd op zorgmanagement, dus ik weet eigenlijk hoe een ziekenhuis in elkaar zit. Dat is dus ook wat anders dan wat ik nu eigenlijk doe. Maar tijdens mijn studie was ik cultureel al heel actief, voornamelijk met theater en ik werkte als publieksmedewerker bij een wetenschaps- en techniekmuseum en ik kwam er toen al wel achter dat er in die sector op bedrijfsmatig niveau nog wel af en toe wat schortte. Er worden niet altijd goede begrotingen gemaakt, laat staan sterke brieven en kan er vaak slimmer worden nagedacht over hoe je een project organiseert. Vanuit deze persoonlijke passie wilde ik heel graag iets met mijn vak, bedrijfskunde, doen in die culturele sector. Ik heb het uiteindelijk voor elkaar kunnen krijgen bij mijn universiteit om mij afstudeerproject in het museale veld te plaatsen. Dat was niet helemaal de bedoeling, maar na heel veel gezeur ging de universiteit daar uiteindelijk toch in mee.

Wat voor andere banen heeft u hiervoor gehad in de erfgoedsector?
Ik ben tijdens mijn afstuderen begonnen bij Twynstra Gudde, een groot organisatieadviesbureau gevestigd in Amersfoort. Ik heb me toen bezig gehouden met een prestatie meetsysteem voor musea, wat nu Museana is, een benchmark waar musea zichzelf onderling kunnen vergelijken. Ik ben vervolgens meegegaan naar een aantal managing partners van Twynstra Gudde, die begonnen hun eigen adviesbureau en die namen mij mee, en werd ik verder als organisatieadviseur opgeleid. We hielden ons onder andere bezig met beleidsadvies. Ik heb gewerkt voor onder andere Hannah Belliot, in die tijd wethouder hier in Amsterdam, en als projectleider voor het VSBfonds binnen een professionaliseringstraject kleine erfgoedinstellingen. Zeven jaar geleden ben ik voor mezelf begonnen, en heb ik sindsdien mijn eigen bedrijf op het gebied voor management en advies voor de culturele sector. Ik heb opdrachten gedaan voor o.a. de Vereniging Rijksmusea die in die tijd verschillende visitaties voor musea gingen ontwerpen en uitvoeren. Ik heb zelf ook een aantal van deze visitaties mogen uitvoeren, onder andere voor het Rijksmuseum hier in Amsterdam en voor het Muiderslot. Ik heb daarna ook een visitatie begeleid voor de Rijksacademie voor Beeldende Kunst. In diezelfde tijd dat ik voor mezelf begon werd ik zakelijk directeur van het Amsterdam Kleinkunst Festival, en ben dat nog steeds. Deze parttime baan combineerde ik met adviesopdrachten. En vier jaar geleden had ik zin om anders te gaan doen, om weer iets meer met theorie bezig te zijn en toen ben ik naar de Reinwardt Academie gekomen.

Wat vond u het leukst, afgezien van de Reinwardt Academie?
Ik ga nu twee dingen antwoorden. Ik ben ruim een jaar als marketeer aan het werk geweest in het Dordrechts Museum wat toen dicht was voor de vernieuwbouw, en ik heb toen een aantal projecten op poten gezet om er voor te zorgen dat het museum bekend bleef in de stad. Een van de leukste dingen die we daar hebben gedaan was een project met jonge kunstenaars uit de regio, die we echt het museum hebben gegeven. Dus eigenlijk: hier heb je een leeg museum, ga maar gekke dingen doen. Echt heel leuk waren bijvoorbeeld toffe graffitikunstenaars die natuurlijk die prachtige witte muren mochten volspuiten. Er was ook een waanzinnige half Nederlands – half Amerikaanse kunstenaar Michael Markwick, die heel erg grote doeken kon maken daar. In zo’n museumzaal kun je natuurlijk enorm de hoogte in.
Het tweede wat ik heb gedaan was voor het VSBfonds, waar ik een aantal jaar projectleider professionalisering ben geweest. Dit was een langlopend traject voor kleinere erfgoedinstellingen, bijvoorbeeld de Pampus of het Kunstfort bij Vijfhuizen. Ons doel was om die forten en kastelen op een hoger niveau te krijgen. Het meest bijzondere vond ik dat we zo ontzettend veel wil en passie en drive bij die organisaties tegenkwamen. Daardoor is het ook heel vrolijk is om daarmee te werken.

Wat zou u nog binnen de erfgoedwereld willen doen in de toekomst?
Hier op de Reinwardt merk ik dat ik steeds meer bezig ben met business modellen en wat ik heel erg goed zou vinden is als er een pakket aan verschillende goedschrijvende modellen voor specifiek het erfgoed zou zijn, dus waar andere musea en erfgoedinstellingen van kunnen leren. Dat ontbreekt er nog wat mij betreft, en daar zou ik heel graag nog een steen aan bijdragen. En als je vraagt: wat wil je later worden? Dan is mijn antwoord eigenlijk altijd: directeur van een dierentuin. Dit heb ik altijd al gewild en het lijkt me nog steeds heel erg leuk. Het is een plek waar heel veel mensen komen, waar mensen werken die een hele grote passie hebben voor hun collectie, in dit geval een levende collectie. Ook het feit dat je een soort buitenpark aan het runnen bent, lijkt mij heel prettig!

Heeft u verder nog wat toe te voegen?
Ik kende de Reinwardt Academie als buitenstaander een paar jaar geleden en ik ben er steeds meer van overtuigd geraakt dat het echt een belangrijke opleiding is. We zijn de enige opleiding in heel Nederland die op dit niveau zich op erfgoed richt, heel erg enthousiaste professionals opleidt en bovendien in het buitenland erg bekend is. Men vindt wat wij hier in Amsterdam doen, belangrijk en bijzonder en dat realiseer je pas als je hier binnen bent. Tegelijkertijd realiseren we ons dat hier intern niet altijd, dat je hier in een soort levendige internationaal hoog aangeschreven organisatie rondloopt. Daar ben ik wel erg trots op. Ik heb ook erg veel zin in de Hortus, de verhuizing volgend jaar. Dat pand ademt erfgoed, het ligt midden in de stad, en is naar mijn idee echt een hele goed plek voor onze opleiding. Ik vind ook jammer om hier weg te gaan, maar ik heb er zeker zin in!


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie