Van draaiorgel naar drankorgel

Leiden op 3 oktober anno nu

Tradities zijn constant aan veranderingen en ontwikkelingen onderhevig. Het is moeilijk om te bepalen of een verandering nog steeds deel van de traditie is, of dat er iets verloren gaat in de overdracht. Sinds het lidmaatschap van Nederland aan het UNESCO-Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Erfgoed proberen gemeenschappen erkenning te krijgen voor hun tradities als immaterieel erfgoed. Zodoende ook Leiden met het Leidens Ontzet. Toch staat dit feest nog altijd niet in de officiële inventaris van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE), maar waarom niet?

Als student van een studie ‘Cultureel Erfgoed’ krijg ik vrijwel standaard de volgende vragen: “En wat houdt dat dan precies in? Wat kun je daarmee worden als je later groot bent?”. Op zo’n moment verkeer ik in een dilemma tussen accuraatheid en de goede bedoelingen van de vraagstellers. Dit soort vragen zijn negen van de tien keer goedbedoelde koetjes en kalfjes en elk kort antwoord zal volstaan, maar feit is dat ik in één (of twee, of drie) zinnen mijn studie niet compleet kan verwoorden. Cultureel erfgoed is breed, het gaat alle kanten op en alle hoeken in. Dat geldt niet alleen voor de studie, maar voor het gehele begrip. Gek genoeg kwam deze realisatie bij mij pas echt binnen toen ik werd geïntroduceerd aan het begrip ‘immaterieel erfgoed’.

Officiële erkenning
Als huidige Reinwardtstudenten en docenten ligt het begrip ‘immaterieel erfgoed’ ons niet vreemd in de mond. Toch begon ik aan deze studie voornamelijk denkend aan musea en monumenten. Dat is ook niet zo raar. De Nationale UNESCO Commissie van Nederland is in 1947 opgericht, maar Nederland is pas sinds 2012 partijstaat bij het UNESCO-Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Erfgoed. Sinds die ratificatie is het VIE bezig met het aanleggen van een inventaris van Nederlands immaterieel erfgoed. Deze lijst bestaat momenteel uit 82 tradities, evenementen, ambachten en dergelijke. Dat dit dynamische, ongrijpbare erfgoed op een geheel andere manier moet worden behouden dan het materiële, is logisch. Het UNESCO-Verdrag spreekt dan ook van ‘safeguarding’ in plaats van ‘protection’. Met andere woorden: het in stand houden van tradities door middel van documenteren en doorgeven aan nieuwe generaties. Er moet echter wel worden voldaan aan bepaalde criteria om erkend te worden als immaterieel erfgoed. Het laatste criterium zegt: “Deze gemeenschap heeft de problemen in de overdracht naar volgende generaties in kaart gebracht en zet zich in om deze knelpunten op te lossen. Dat doet het door een erfgoedzorgplan op te zetten en uit te voeren.”

Verandering of verloedering?
Iedereen komt in zijn leven in aanraking met bepaalde tradities. Zelf groeide ik op in een klein dorpje naast Leiden en was ik elk jaar op drie oktober vrij van school. Waarom? Omdat dat de dag was dat Leiden vijf eeuwen geleden ontzet werd van de Spanjaarden. Zij vierden toen feest, kregen toen wittebrood met haring om hun lege magen te vullen en dit doen we anno 2014 kennelijk nog steeds. Als ik de eerste traditie uit mijn leven moet noemen, dan denk ik aan Leidens Ontzet. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat er vandaag de dag weinig meer aan dit traditionele feest gedaan wordt, er is zelfs een 3 October Vereeniging die elk jaar hard werkt om Leiden een aantal dagen in één groot feest om te toveren door middel van optredens en rituelen. In de nieuwe beleidsnota van de stad wordt verteld dat zij het feest zelfs op de inventaris van het VIE willen krijgen. Toch kan ik de indruk niet ontkennen, als ik door het centrum van Leiden loop op drie oktober, dat de Hollandse draaiorgels in de Haarlemmerstraat slechts tijdelijk zijn vervangen door groepen zestienjarige drankorgels en dat traditionele praktijken steeds minder plaats krijgen op dit feest of in de hoofden van Leidenaren zelf. Leidens Ontzet heeft het oppervlakkige karakter van ‘zuipen en feesten’ gekregen onder de nieuwe generaties. Ik geloof dat de gemeente de moeite wel doet de traditie te behouden, maar het lijkt niet te lukken.

Al in 2012 werd er gesproken over een plaats op de immaterieel erfgoed lijst voor Leidens Ontzet, inmiddels staat het feest er nog altijd niet op. Precieze redenen hiervoor zijn onduidelijk. Wellicht voldoet de gemeenschap niet aan het criterium om de traditie goed over te brengen op de Leidse jeugd. Moet dat criterium dan wel gesteld worden om op die officiële lijst van erkenning te komen? Zou die onmacht van gemeenschappen niet juist een reden moeten zijn om geholpen te worden door het VIE en de UNESCO? Want een gemeenschap die zijn knelpunten in de overdracht van zijn immaterieel erfgoed zelf prima kan oplossen, heeft de voordelen van officiële erkenning dan ook weinig meer nodig.


Mediabestanden


0 reacties

Plaats een reactie